Een goede vraag

Een goede vraag stellen – een hele kunst.

 “Wat vind je er nu eigenlijk van?”

Het kan zijn, dat je op een bepaald moment geen antwoord op zo’n vraag kunt geven, omdat je dan niet bezig bent met iets te “vinden”, maar eerder in een emotionele stemming bent.

Wat betekent dit nu?

Deze nieuwe vraag stelt, evenals de beginvraag, een eis aan het hoofd: het hoofd moet een antwoord bedenken, iets vinden, een mening geven.

Door de huidige maatschappij worden ons meestal vragen alleen aan ons hoofd gesteld. Men is geïnteresseerd in wat we vinden, denken, in onze oordelen en in onze mening. Er is weinig interesse voor wat we voelen, en al helemaal niet voor de beelden die mogelijk in ons op komen bij een bepaalde vraag.

Er zijn dingen die geweten worden, maar niet zozeer door het hoofd. Het is bekend dat ieder mens in zijn onderbewustzijn een heleboel “weet”, alle ervaringen uit zijn leven ergens heeft opgeslagen.

Deze ervaringen kunnen aan het licht komen via een goede vraag die op het juiste moment gesteld wordt.

In de antroposofische fysiotherapie kunnen vragen gesteld worden op verschillende manieren. Dit kan van belang zijn om antwoorden te krijgen, niet vanuit het rationele, cognitieve niveau, maar vanuit diepere lagen.

Eerst zal ik toelichting geven op vragen die gericht zijn op de emotionele laag. Daarna komen vragen gericht op de laag van de beelden aan bod.

Er zijn bij bijna iedereen wel ervaringen in het onderbewustzijn, die dermate negatief-emotioneel waren dat ze nog steeds ver weggestopt zijn. Ze zijn niet direct toegankelijk voor het bewustzijn, ze zijn zogenaamd vergeten. Maar juist deze weggestopte ervaringen werken in het lichaam door als onbegrepen blokkades, spanningen, pijn, onvermogen tot bewegen. Deze klachten zullen in stand blijven ondanks welke fysieke behandeling dan ook, totdat via de juiste vraag de oorzaak bewust wordt.

Het is mij soms mogelijk om door middel van een bepaalde manier van aftasten (via het onderbewuste, het etherlichaam) pijn, spanningen en blokkades waar te nemen, die direct verbonden zijn met achterliggende negatief-emotionele ervaringen. Anders gezegd: er is dan een waarneming van de intentie van de ziel om emotioneel te overleven in bijvoorbeeld ernstige benauwenissen of bij het beleven van misstanden.

Vaak komt er tijdens zo’n waarneming een woord of een beeld bij mij naar boven, dat direct te maken heeft met deze verstopte ervaring van de patiënt. Door dit woord of beeld in vraagvorm aan de patiënt voor te leggen, kan deze weggestopte ervaring de patiënt op dat moment bewust worden. Hij/zij ziet dan opeens het verband tussen iets uit zijn/haar verleden en de klacht(en) van nu. Hiermee wordt als het ware een knoop ontward. Dit is het beginpunt van het oplossen van de klachten. Een verder herstel kan plaatsvinden door het getraumatiseerde “kind in de volwassene” te behandelen zoals het kind destijds behandeld had moeten worden: met liefde, aandacht, begrip en warmte. Deze kwaliteiten in een ritmische massage (of een andere omhullende behandeling)  hebben dan een genezende en helende werking.

Nu wil ik aan de hand van twee voorbeelden aangeven, hoe het meedelen van een beeld dat bij mij op komt tijdens een behandeling, een beginpunt kan zijn voor een nieuwe weg.

In het eerste voorbeeld betreft het een vrouw, bij wie ik een beeld van een circus kreeg waar allerlei geweldige dingen gebeurden; zij had graag mee willen doen maar stond erbuiten. Toen ik haar vroeg: “wat heb je met dit beeld?”, herkende ze het als de situatie vroeger bij haar thuis. Het buitengesloten-worden had haar altijd veel parten gespeeld, ze had eigenlijk zo graag mee willen doen.

Een paar maanden na dit verhelderende beeld en na een serie behandelingen  die gericht waren op ondersteuning van het kleine kind dat het gevoel moest krijgen dat ook zij er mocht zijn, heeft deze vrouw stappen kunnen maken. In plaats van altijd afwachtend te zijn en op anderen te steunen, is zij initiatieven gaan nemen. Ze komt meer in het leven te staan, is niet langer een buitenstaander.

Het tweede voorbeeld betreft een man, bij wie een beeld kwam met meerdere dieren. Mijn vraag was daarop, of hij van een dier hield. Zijn antwoord: “nee, van alle dieren”. Als kind had deze man bij dieren troost en steun gevonden, omdat zij niet oordelen, niet gemeen zijn. Bij dieren voelde hij dat hij er onvoorwaardelijk mocht zijn – dit in tegenstelling tot de gezinssituatie.

Het feit dat herkend werd wat er voor hem in zijn kindertijd zo belangrijk was, maakte dat hij zich gezien en gesteund voelde. Door het zich gesteund voelen begon er bij hem eindelijk een gevoel van vertrouwen tot ontwikkeling te komen – een vertrouwen dat hem als kind niet ten deel gevallen was.

Uit het bovenstaande moge blijken, dat het soms een hele kunst is om een vraag zo te stellen dat er ruimte komt om een nieuwe stap in de ontwikkeling te maken. Het is een lange weg met vallen en opstaan om steeds vaardiger te worden in deze kunst.

Voor degene die op de hoogte is van het Parcival-verhaal is het interessant om te bedenken, dat Parcival – na veel omzwervingen – eindelijk de juiste vraag stelt aan de zieke koning. Een vraag niet aan zijn hoofd, maar aan zijn gevoel: “wat scheelt u, koning?”. Pas door deze vraag kan de koning verlost worden, kan zijn vastgelopen ontwikkeling weer verder gaan.

 

 

Adriaan Vervloet