Grenzen

GRENZEN – RESPECTEREN, OVERSCHRIJDEN OF VERLEGGEN?

Grenzen zijn er tussen alle mogelijke gebieden van het leven, van de ziel, van de werkelijkheid.

Altijd als er sprake is van een “teveel” wordt er een grens overschreden: de grens van de juiste maat.

In dit artikel wil ik me beperken tot grensoverschrijdingen in het lichaam – overschrijdingen waar ik als antroposofisch fysiotherapeut dagelijks mee te maken heb.

Immers, daar waar een mens dikwijls over grenzen gaat, ontstaan klachten.

Tot het zieleleven behoren de kwaliteiten van het denken, het voelen en het willen. Dit is het drieledig mensbeeld, bezien vanuit de antroposofie, waarbij de drie geledingen in evenwicht behoren te zijn. Er treden echter heel vaak verstoringen in dit evenwicht op door onderlinge grensoverschrijdingen.

Voor de duidelijkheid wil ik eerst aangeven waar deze gebieden thuishoren: het denken in het hoofd, het voelen in het gebied van het hart en het willen (oftewel het handelen) in de ledematen en in de stofwisseling (in de buik).

Als voorbeeld van grensoverschrijdingen van het denken kan een vergadering dienen:

op een vergadering waar alleen maar gepraat wordt over onderwerpen die het gevoel niet beroeren, en waar besluitvorming eindeloos wordt uitgesteld, heeft het denken sterk de overhand.

Deze vorm van denken is wel gestructureerd, maar het voelen en willen worden niet aangesproken. Het gevolg kan bijvoorbeeld zijn dat men koude handen en voeten krijgt: de stofwisseling komt op een zo laag pitje te staan dat de warmte niet meer tot in de handen en voeten kan komen.

Binnen een mens neemt eerder een ongestructureerde vorm van denken gemakkelijk de overhand. Dit lijkt ook een grensoverschrijding van het denken, maar nader beschouwd is in veel gevallen hier sprake van eerst een grensoverschrijding van het gevoel.

Omdat namelijk onverteerde gevoelens en emoties als het ware opstijgen naar het hoofd, nemen ze daar ze de vorm van ongericht, onbeheersbaar en malend denken aan. Hier hebben eerst de gevoelens hun grens overschreden: ze stijgen op uit het middengebied van het hart naar de keel en eventueel naar het hoofd. In het keelgebied kunnen ze een brok in de keel geven of problemen met de stem, in de nek kunnen ze spierspanning opleveren en in het hoofd pijn en/of niet meer kunnen denken of juist teveel “malend” denken.

Een grensoverschrijding vanuit de buik wil ik met het volgende voorbeeld uit mijn praktijk beschrijven.

Patiënt wordt verwezen met heftige pijnen rondom het middenrif en het hart. De pijn was zo heftig dat zelfs pijnstillers niet echt hielpen. Hij was bij de cardioloog geweest, waar geen afwijkingen gevonden werden. 

In de buik is de stofwisseling aktief. Antroposofisch gezien is stofwisseling het omvormen van van buitenaf komende materie in lichaamseigen materie. De organen die dit bewerkstelligen hebben een bepaalde kracht. Deze kracht moet aangewend worden om in de stofwisseling de materie om te vormen. Deze kracht kan echter in sommige gevallen “opstijgen”, hetgeen bij de genoemde patiënt gebeurde, met de bijhorende klachten.

Deze “verschuiving” heeft te maken met twee stromen die in de mens werkzaam zijn: een stroom die van boven naar beneden werkt (de Ik-stroom) , en een die van beneden naar boven werkt (de aarde-stofwisselingsstroom). Deze stromen behoren in evenwicht te zijn. In het geval van onze patiënt was de onderstroom sterker dan de bovenstroom. Als antroposofisch fysiotherapeut kon ik hem helpen door de stroom van boven naar beneden sterker te maken. Dit doe ik door ruimte te maken in de buik en de benen zodat de bovenstroom als het ware naar beneden gezogen wordt.

Als oefening geef ik aan deze patiënt een ademhalingsoefening met de opdracht om via de neus in te ademen en de adem bewust te sturen naar de buik en de bekkenbodem. Bij elke ademteug zou de patiënt zich moeten realiseren dat hij zijn “Ik” naar binnen en naar beneden ademt.

Dit Ik zorgt ervoor dat de heftige pijnen uit de stofwisseling teruggeduwd worden naar de plaats waar ze thuishoren en waar ze geen pijn veroorzaken.

Het komt vaak voor, dat de stofwisseling haar grenzen zodanig overschrijdt, dat de spanning tot in het hoofd komt. Dit heet migraine. De behandeling is hier ook hetzelfde als bij overschrijding tot in de hartstreek.

Een heel andere grensoverschrijding is het probleem van de RSI.

Meestal wordt aan het dode ding – de zaag, de muis – de schuld van het probleem gegeven en er worden oplossingen gezocht in aanpassingen aan die materiële dingen. Maar deze oplossingen zullen niet afdoende werken.

De oplossing moet gezocht worden in de vraag: hoeveel kracht en intentie zet ik in bij die bewegingen die de problemen geven? De kramp en spanning in de arm/schouder/nek/pols is meestal overmatig, de intentie is afdwingend, overtrokken. Er is een overmaat aan willen vanuit een patroon, een gewoonte. Door gerichte oefeningen kan worden ervaren dat met een fractie van de normaal uitgeoefende kracht hetzelfde werk gedaan kan worden. De klachten verdwijnen dan snel.

De in dit artikel genoemde grensoverschrijdingen leveren aan de ene kant vervelende situaties op. Vanuit een andere kant bezien kunnen ze ook een begin zijn van bewustwording, “waar ben ik mee bezig”.

Het hangt van de situatie af of een grens overschreden moet worden, of dat het misschien beter is de grens te verleggen, òf dat dingen netjes binnen hun grenzen moeten blijven. Ook kan het tijdstip waarop een grens wordt verlegd of overschreden van belang zijn; iets dat rond het 14e levensjaar nog niet goed is, kan 7 jaar later wel degelijk goed zijn voor iemands’ ontwikkeling. Zelfstandig gaan wonen bijvoorbeeld.

 

Adriaan Vervloet